GEDICHT

sommigen verwonderen zich over onze zilveren
zonnen die in trapvoets evenwicht
uitwaaieren over de spaken
van de stad

zij zien nog niet dat dit fietsballet
het begin is van een nieuw
tijdsgewricht

 

Dit was het gedicht dat ik schreef voor de opening van de grootste fietsenstalling ter wereld, bij het Stationsplein in Utrecht. ProRail had een wedstrijd uitgeschreven. Thematisch had ik me laten inspireren door de visie van vriendin Maggie – de verwondering van anderen, de voorbeeldfunctie, het nieuwe vergezicht – en door een fietsfilmpje over Utrecht als fietsstad dat ooit viraal ging. Helaas stuurde ik mijn gedicht een halve dag te laat in. Maar sowieso had ik niet gewonnen. Dit was het winnende gedicht:

 

evenwicht

 

doe straks je ogen dicht en je vindt mij
terug tussen rijen vol vertrouwen
denken is fietsen zonder te zweven
en fietsen zweven zonder denken
doe zacht: dromend van onze lichte weg
wacht ik op onze klik

Hanz Mirck

Zo mooi! Zo intiem! Zo klein! Het onverwachte perspectief van de fiets die vol vertrouwen staat te wachten op zijn eigenaar, de personificatie van de fiets, de schitterende vondst van het ambigue ‘klik’ (het slot en de interpersoonlijke klik), de suggestie van verliefdheid van de fiets op de eigenaar (“wacht ik op onze klik”) en de verwijzing naar de veiligheid van de nieuwe fietsenstalling (“vol vertrouwen”). Hier word ik heel blij van. Bovendien gaat dit gedicht meer dan het mijne over de fietsenstalling zelf, en dat was natuurlijk de bedoeling.

Het enige wat me enigszins bevreemdt is de zin ‘denken is fietsen zonder te zweven’. Wat bedoelt de dichter hiermee? Staat de fiets stil te denken in de fietsenstalling? Is denken zwaar werk omdat je/hij er niet bij zweeft? Of staat hij in gedachten nog steeds te fietsen, alleen zonder zweven? Met ‘fietsen is zweven zonder denken’ kan ik wat, maar ‘denken is fietsen zonder zweven’ lijkt er aan de haren bijgesleept omwille van het chiasme. Een soort rijmdwang, maar dan anders.