“En we bedenken een nationaal plan van ontmoeting, waardoor hoog- en laagopgeleid, zwart en wit elkaar veel vaker tegenkomen.”

Rutger Bregman in De Correspondent

Een nationaal plan van ontmoeting – klinkt goed. Als je dit leest, weet je dat de argumenten voor herinvoering van de dienstplicht of een maatschappelijke stage niet ver weg zijn. Maar misschien is dit een idee. Voor een kunstproject of voor de publieke omroep een reeks ontmoetingen organiseren waarbij steeds twee mensen in een ruimte tegenover elkaar zitten. Ze mogen elkaar aankijken en ze mogen elkaar vragen stellen. Maar ze mogen niets zeggen. Ze mogen alleen iets vragen. Ze mogen elkaars vragen ook niet beantwoorden.

Zo dwing je mensen om interesse te stellen in elkaar. Elke vraag begint immers met een greintje inlevingsvermogen. Het gaat niet om de discussie, het gaat er zelfs niet om dat ze elkaar beter leren kennen, het gaat alleen om het proces in je hoofd dat voorafgaat aan het stellen van een vraag.

Natuurlijk zijn er nog wel wat beren op de weg. Leest u mee?Om te beginnen: hoe krijg je hoogopgeleide, autochtone plattelandsouderen (ik noem maar wat) zo ver dat ze vrijwillig tegenover laagopgeleide allochtone jongeren uit de stad gaan zitten (om maar even twee uitersten te noemen)? En hoe voorkom je dat mensen elkaar retorische vragen gaan stellen (“Stel je altijd van die domme vragen?”) of vragen met vooroordelen (“Jij zit zeker de hele dag in de coffeeshop?”). Maar misschien is zelfs dat goed: dan komen die vooroordelen er tenminste eens een keer uit.

Een alternatief is om mensen kaartjes voor te leggen met uitspraken over hun bevolkingsgroep. Je filmt dan hoe mensen op de kaartjes reageren. Natuurlijk kies je mensen uit die de vooroordelen rustig en weloverwogen kunnen weerleggen. Die filmpjes kun je daarna weer laten zien aan de mensen die de uitspraken deden. Of je haalt de uitspraken rechtstreeks van internet.

Maar de grootste beer is wie dit project gaat uitvoeren. Zelf zou ik niet weten hoe ik het zou moeten aanpakken. Ik ben geen kunstenaar, ik weet niet hoe ik kom aan een locatie, een videocamera, een sponsor. Ik weet alleen hoe ik kom aan witte autochtone plattelandsouderen. Dus bij deze gooi ik mijn idee te grabbel. Wie de schoen past, trekke hem aan!