ZKV

Vanaf het eerste moment dat Ursula in huis kwam wonen, was Katherine dol op haar. Ursula was ondeugend, spontaan en uitgesproken. Ze had donkere, fonkelende ogen en het interesseerde haar geen bal dat ze een beetje mollig was. Ook in andere opzichten was Ursula luchtig en ongecompliceerd. Met de galaplicht had ze bijvoorbeeld geen enkele moeite. ‘Nee zeg,’ zei ze, ‘zo’n jongen doet alles voor je. Hij regelt kaartjes, hij betaalt de taxi, hij houdt je de hele avond vrij en hij brengt je weer naar huis. Dan ga ik dáár niet moeilijk over doen.’
Katherine had tot op dat moment niet geweten wat de galaplicht was, maar ze vond Ursula’s kijk op de zaak verfrissend.

Op een dag zaten Katherine en Ursula op Ursula’s kamer in het studentenhuis. Ursula vertelde dat ze die avond naar haar zus in Nijmegen zou gaan.
    ‘Nijmegen…’ zei Katherine, ‘Daar kwam ik vroeger wel eens.’
    ‘O ja?’
    ‘Ja. Thierry woonde daar.’
Katherine vertelde Ursula over Thierry. Over de reis die ze samen hadden gemaakt. Over het auto-ongeluk dat ze hadden gehad. Thierry had aan het stuur gezeten. Hij was in slaap gevallen en toen waren ze over de kop geslagen. De auto was total-loss, maar zelf hadden ze geen ernstige verwondingen gehad.
Katherine vertelde verder. Thierry had zich na het ongeluk in zichzelf teruggetrokken. Hij keek haar niet meer aan, sprak niet meer tegen haar en antwoordde haar alleen als het echt niet anders kon. Zijn blikken waren gefronst, zijn uitlatingen waren snauwen.
    ‘Misschien uit schuldgevoel,’ zei Katherine verdrietig. Ze hield nog steeds van hem. Toch had ze het uitgemaakt, omdat ze rationeel inzag dat hij haar behandelde als een muur. Of als een deur. Of als een douchekop.
    ‘Woont hij nog steeds in Nijmegen?’ informeerde Ursula.
    ‘Ik geloof het wel,’ zei Katherine. ‘Hij heeft een nieuwe vriendin. Henriëtte ofzo. Ze werken allebei in het onderwijs.’
    ‘Wacht eens even, wacht eens even, wat is haar achternaam?’
    ‘Weet ik niet.’
    ‘Smit?’
    ‘Kan zijn. Ik weet het niet.’
    ‘Hoe ziet Thierry eruit?’
Katherine beschreef hem. ‘Je herkent hem zo. Hij lijkt op James Dean. Roestbruin haar.’ Het mocht dan uit zijn, Katherine vond het fijn om even over hem te praten, met iemand die hem niet kende. Met iemand die haar begreep, die aan haar kant stond.
Ursula’s ogen begonnen te fonkelen.
    ‘Ik ken hem! Ik ken hem! Die nieuwe vriendin van hem is de beste vriendin van mijn zus!’
    ‘Echt?’
    ‘Ja, ze komt vast vanavond.’
    ‘Nee!?’
    ‘Ja, ze is d’r altijd, op mijn zus d’r feestjes.’
    ‘Echt?!?’
    ‘Ze komen vast met zijn tweeën.’
    ‘Je bedoelt… Thierry? Maar hij houdt helemaal niet van feestjes.’
    ‘Vorige keer was hij er ook. Ze zijn heel gelukkig samen, dat zie je meteen. Zitten de hele tijd aan elkaar te friemelen.’
    ‘Echt?’
    ‘Ja man! Ze is echt een leuk type.’
    ‘Hoe ziet ze eruit dan?’
    ‘Mooi slank. Heel sportief. Een soort moedertje. Ze zorgt goed voor hem.’
Katherine zweeg, verbijsterd over deze nieuwe ontwikkelingen.
    ‘Zo ben ik helemaal niet,’ zei ze ten slotte.
    ‘Een leuk stel samen,’ besloot Ursula. ‘Ja, die hebben elkaar helemaal gevonden.’

Echt, je kon Katherine alles wijsmaken.