Anne Sanderling

copywriter | redacteur | uitgever | blogger

Category

kliekjes

Insectenhor voor dubbele Velux-ramen

COLUMN EN HANDLEIDING

Ik denk dat er duizenden mensen in Nederland zijn die net als ik stapelgek worden van de combinatie hitte, muggen, zolder en dakramen. Net als ik slapen zij op zolder, het warmste plekje van het huis. Net als ik hebben zij gekozen voor dubbele Velux-ramen, aangestoken door aantrekkelijke foto’s in woontijdschriften (“Geef je zolder een make-over!”). En net als ik zijn zij tot de ontdekking gekomen dat geen enkel muggenhor past op grote, dubbele Velux-ramen. Al deze mensen moeten kiezen tussen slapen met het raam open (lekker koel, met muggen) of met het raam dicht (verzengend heet, zonder muggen). Zelf kies ik knarsentandend voor slapen met het raam dicht. Maar nu is er een oplossing. Zo simpel, en toch zo ingenieus!

Lees verder

Over dat we meer moeten genieten van het leven

BESPIEGELING

Een kennis van mij gaat morgen sterven. Of vannacht, of overmorgen. Het is net als bevallen: je weet niet precies wanneer het komt. Ik ben intens verdrietig. Ze is nog geen vijftig. Ik denk aan haar gevoel voor humor en haar briljante intellect. Ze laat twee jonge kinderen achter die al even briljant zijn en die daarnaast een paar andere uitzonderlijke talenten hebben. En ze laat Michael achter, een van de wijste, liefste, verstandigste, rustigste vaders die ik ooit heb ontmoet. Ik besluit maar weer eens om meer te gaan genieten van het leven.

Lees verder

De postzegels van mijn oma

Mijn oma, Marietje Hooijmeijer, geboren in 1913, wilde ontdekkingsreizigster worden. Helaas kreeg ze tuberculose en moest ze in haar tienertijd rust houden. Zes jaar lang lag ze op de bank of op bed. Ze mocht niet naar school. Ze kon alleen lezen, en dromen van verre landen.

In die tijd begon ze postzegels te verzamelen. Ze was dol op de natuur, dus ze spaarde postzegels van flora en fauna. Hoe obscuurder het land van herkomst, hoe liever het haar was. Malagassische republiek. Togo. Oppervolta. Dromerig sprak ze de namen uit. Nyasaland, Tanganyika, Borneo. Dat die postzegel dáár was geweest! Dat die postzegel de halve wereld was rondgereisd om híer terecht te komen, in haar schoot, op haar rustbed. De weg die die postzegel had afgelegd! De geur van het avontuur kleefde er nog een beetje aan.

Lees verder

Mee op jacht met de Hadza, de laatste jager-verzamelaars van Oost-Afrika

LONGREAD

En daar zitten ze dan, om een vuurtje. Het is nog koud, zo ‘s morgens vroeg, dus ze houden hun handen dicht bij het vuur en wapperen ze langzaam heen en weer. Alleen de vrouwen zitten hier. Ze dragen dierenhuiden of omgeknoopte doeken. De oudste vrouw van de groep heeft een ontbloot bovenlijf. Haar zwarte borsten hangen slap neer. Rondom dit vuur slapen ze. De rieten hutten gebruiken ze alleen als het regent.

Als vrienden ons kwamen opzoeken in Tanzania, vroegen ze ons vaak of we reistips hadden. Moesten ze naar de Serengeti? Naar de Ngorogoro Crater? Naar Zanzibar? Al die mensen adviseerde ik: bezoek de Hadza. Ga mee op jacht met de laatste jager-verzamelaars van Oost-Afrika. Kom oog in oog te staan met onze oorsprong. Een onvergetelijke ervaring.

Lees verder

Kutjaar

IKJE

Met mijn zoon van twaalf heb ik de afspraak dat ik desgewenst zijn Instagram-account mag bekijken. Daarbij probeer ik terughoudend te zijn met op- en aanmerkingen.

In zijn nieuwsjaarbericht aan zijn vrienden refereert mijn zoon aan Trump en de aanslagen van 2016. Zijn bericht begint met de zin: “Ze zeggen dat het een kut jaar was.”

Als ouder vind ik het taalgebruik problematisch. Even vraag ik me af of ik er wat van moet zeggen. Ja, besluit ik. “Kutjaar moet aan elkaar.”

Idee: Ontmoetingen

“En we bedenken een nationaal plan van ontmoeting, waardoor hoog- en laagopgeleid, zwart en wit elkaar veel vaker tegenkomen.”

Rutger Bregman in De Correspondent

Een nationaal plan van ontmoeting – klinkt goed. Als je dit leest, weet je dat de argumenten voor herinvoering van de dienstplicht of een maatschappelijke stage niet ver weg zijn. Maar misschien is dit een idee. Voor een kunstproject of voor de publieke omroep een reeks ontmoetingen organiseren waarbij steeds twee mensen in een ruimte tegenover elkaar zitten. Ze mogen elkaar aankijken en ze mogen elkaar vragen stellen. Maar ze mogen niets zeggen. Ze mogen alleen iets vragen. Ze mogen elkaars vragen ook niet beantwoorden.

Zo dwing je mensen om interesse te stellen in elkaar. Elke vraag begint immers met een greintje inlevingsvermogen. Het gaat niet om de discussie, het gaat er zelfs niet om dat ze elkaar beter leren kennen, het gaat alleen om het proces in je hoofd dat voorafgaat aan het stellen van een vraag.

Natuurlijk zijn er nog wel wat beren op de weg. Leest u mee? Lees verder

Bowie, Prince, George Michael

COLUMN

En nu George Michael. Ik was geen fan, maar toch vind ik het erg. En bevreemdend. Hij is er altijd geweest! En nu is hij er niet meer. En Leonard Cohen ook niet. En Shimon Peres niet. En Pieter Steinz niet. Ik vind het zo raar. Ze horen bij ons te zijn. Ze hebben ons begeleid in ons leven en nu zijn ze er niet meer. We moeten het alleen doen. Al die vertrouwde gezichten uit de twintigste eeuw zijn aan het wegvallen. Carrie Fisher! Peter van Straaten! Een afschuwelijke reeks die begon met David Bowie. Dat zijn stem nu voor altijd zwijgt, dat wij hem nooit meer live kunnen horen, dat dat voorbij is, dat dat voor altijd achter ons ligt, dat vind ik een eenzame gedachte.

En dit is nog maar het begin. Lees verder

Nieuw leven

IKJE

Ik interview een Syrische vrouw. Of ze zich weleens alleen voelt. Soms, zegt ze. Maar gelukkig heb ik hem. Liefhebbend kijkt ze naar haar zoon. Een wolk van een baby. Elke keer als ze elkaar aankijken, beginnen ze allebei te stralen.

Over zijn naam hoefde ze niet lang na te denken. Hij heet Adam. Wat mooi, zeg ik. Nieuw leven in een nieuw land. Ja, zegt ze. En we houden van A’dam.

Rock chick

IKJE

Met onze dochter van tien lopen we door een oud stadje. Het is markt. Ook de tweedehandsplatenzaak heeft een kraam. Spontaan stapt onze dochter op de hippie-achtige uitbater af en vraagt onbevangen: ‘Heeft u iets van Iggy Pop?’ De mond van de man valt open. Meisje van tien jaar informeert naar Iggy Pop! Hij vindt The Idiot, sleept haar mee naar binnen en zet de cd op. Al luisterend bladert onze rock-chick door de bakken. Dan herkent ze iets. Ze pakt een cd uit het schap en roept: ‘Mama! Jimi Hendrix!’ De uitbater gaat bijkans voor haar op de knieën. Ik word gecomplimenteerd met mijn opvoeding.

Foto: Iggy Pop in Ann Arbor, 1971. Foto door Leni Sinclair, via Flickr-account Wystan.

Het studentenhuis | Katherine en Ursula

ZKV

Vanaf het eerste moment dat Ursula in huis kwam wonen, was Katherine dol op haar. Ursula was ondeugend, spontaan en uitgesproken. Ze had donkere, fonkelende ogen en het interesseerde haar geen bal dat ze een beetje mollig was. Ook in andere opzichten was Ursula luchtig en ongecompliceerd. Met de galaplicht had ze bijvoorbeeld geen enkele moeite. ‘Nee zeg,’ zei ze, ‘zo’n jongen doet alles voor je. Hij regelt kaartjes, hij betaalt de taxi, hij houdt je de hele avond vrij en hij brengt je weer naar huis. Dan ga ik dáár niet moeilijk over doen.’
Katherine had tot op dat moment niet geweten wat de galaplicht was, maar ze vond Ursula’s kijk op de zaak verfrissend.

Lees verder

Ouagadougou

IKJE

Mei 2003. In een volle forenzentrein praten mijn man en ik over potentiële reisbestemmingen in West-Afrika. Accra, Bamako, Dakar, Nouakchott. Ik bedenk dat deze plaatsnamen waarschijnlijk potjeslatijn zijn voor mijn zwijgende medepassagiers: allemaal blanke Nederlanders.
“Anders vliegen we toch gewoon op Ouagadougou?” opper ik.
“Is leuk hoor, Ouagadougou”, zegt de mevrouw naast mij in het gangpad. “Ik heb er jaren gewoond.”
Op dat moment barst de jongen links van ons in proesten uit. Verbaasd kijken we hem aan. “Jullie zullen het niet geloven,” zegt hij, “maar ik ben geboren in Ouagadougou.”

Mexicaan

IKJE

Vrijdagmiddag, lunchtijd. Ik rijd over een provinciale weg net buiten Amsterdam. Op de vluchthaven langs de weg staat een auto geparkeerd. Buiten de auto staat een man in pak te wenken naar de passerende auto’s. In een split second moet ik beslissen of ik zal stoppen om hem te helpen. In die split second zie ik dat de auto een buitenlands nummerbord draagt en dat de man een Mexicaans uiterlijk heeft. Ik rijd door, maar het voelt niet goed. Tot drie keer toe probeer ik de wegenwacht te bereiken. Tevergeefs.

Vijf uur later houdt een Land Rover mij aan in het dorp. De bestuurder, een vrolijke hipster, vraagt de weg. Naast hem zit de Mexicaan. Hij heeft vijf uur langs de weg gestaan.

Ik schaam mij diep.

Magische schrijfsels

COLUMN

Ooit las ik een boek – een van mijn lievelingsboeken, De Magische Mantels van Diana Wynne Jones – over een meisje dat de toekomst kan veranderen door verhalen te weven in gewaden. Ze weeft woorden, zinnen en dialogen, ze weeft stambomen en gebeurtenissen, ze beschrijft landschappen, mensen en ontmoetingen, en uiteindelijk begrijpt ze wat haar kracht is: wat zij weeft, wordt werkelijkheid. Aan het eind van het boek weeft ze met speciaal gouddraad een visioen.

Stel nou dat dat echt zou kunnen. Stel nou dat alles wat je schrijft of vertelt werkelijkheid wordt. Wat zou je dan schrijven? Wat zou jij opschrijven als je wist dat alles wat je opschreef echt zou gebeuren?

Lees verder

Alles mag | Een pleidooi om meer te genieten van onze vrijheid

COLUMN

Toen mijn ouders jong waren, mocht je bijna niets. Het waren de jaren vijftig. Je mocht niet over het gras lopen langs de singels. Je mocht je haar niet los dragen. Je mocht geen feestjes geven op zondag. Je mocht niet uit met vrienden. Je mocht de pannen niet op tafel zetten – de buren zouden het eens zien. Je moest kousen aan en je moest vis eten op vrijdag. Op de andere dagen at je aardappelen-groenten-vlees.

Lees verder

Het studentenhuis | Ontmoeting met Katherine

ZKV

Katherine kon je alles wijsmaken. Eens ging het over de scheefstand van het huis. Het herenhuis boog zich naar de straat als een dominee aan een open graf: de benen recht en statig, maar het bovenlijf deemoedig overhellend, alsof de diepte eraan zoog.

Vooral de kamers aan de voorzijde hadden last van de scheefstand. Lopen naar het raam was vallen, lopen naar de deur was strompelen, met het bovenlichaam in een vreemde hoek. Als je wat gedronken had, kon je nauwelijks de deur bereiken. Opstaan uit een luie stoel was helemaal een opgave. De zwaartekracht trok je feilloos terug, alsof je aan de stoel zat vastgebonden met elastiek.

‘Wo, het loopt echt scheef hier!’ zei Katherine.
‘Ja, het huis gáát een keer op straat vallen,’ zei Evert-Jan.
‘Echt waar?’
‘Ja, dat is onderzocht. Maar alleen de kamers aan de voorkant. Jij zit safe.’
‘Dus het huis scheurt dan min of meer doormidden?’
‘Zoiets zal het wel zijn ja, ha ha.’

Opgewonden vertelde Katherine dat weekend aan haar ouders dat het huis op straat zou vallen. Echt waar. Het was onderzocht.

Het studentenhuis | Ontmoeting met Wilco

ZKV

Wilco was lang en mager, had zwart haar en was van nature bleek. Sommige huisgenoten noemden hem daarom achter zijn rug Het Skelet. Officieel volgde Wilco een HBO-opleiding, maar in de praktijk besteedde hij zijn tijd grotendeels aan roken, blowen en computeren. Hij was de eerste in huis met een 486, een computer met een 486-processor. Op die computer componeerde hij housemuziek.

Zoals niet ongebruikelijk in het studentenhuis, deed Wilco zijn afwas in zijn badkamer. In zijn wasbak stapelde de vaat zich op. Studenten die voor een kopje koffie kwamen, moesten het koffiereservoir bijvullen onder de douche, omdat het reservoir met geen mogelijkheid meer onder de kraan van de wasbak paste. Toen de wasbak vol was en er niets meer bij paste, ging Wilco verder met douchebak. Ook daar stapelde de vaat zich op. Eerst douchte hij alleen tussen een paar pannen. Er bleef nog voldoende ruimte over om te douchen. Maar de afwas in de douchebak zwol aan – borden, kopjes, bestek – en reikte al snel tot zijn kuiten. Voor zijn voeten had Wilco twee openingen uitgespaard, als voetsporen in een veld schroot.

Michiel en Wilco waren vrienden. Op een dag zat Michiel in de tram met een meisje op wie hij indruk probeerde te maken. Van achter uit de tram hoorde hij zijn naam schallen. Het was Wilco. Ah nee he, dacht Michiel, want hij vermoedde dat een ontmoeting met Het Skelet zijn kansen bij het meisje tot niets zou reduceren. Maar het was al te laat. Opgewekt kwam Wilco door het gangpad op hen toegesjokt, onderwijl een kletterende vuilniszak met zich meezeulend. In de vuilniszak bleek zijn vaat te zitten. Hij had er niet meer overheen gezien, en was nu op weg naar zijn moeder.

Tussen Michiel en het meisje is het nooit meer wat geworden.

Monoloog van Willem-Alexander

FICTIEVE MONOLOOG

Alles is goed. Alles is geregeld. Moeder, het balkon, het Wilhelmus. De uurtjes voor onszelf. Dan de kerk, mijn toespraak, de eed. In feite hebben we het al zo vaak gedaan. Been there done that. Alleen de inhoud is deze keer anders.

Ik ga nog even bij ze kijken. Ze zijn zo lief als ze slapen. Onze meisjes. Máxima komt naast me staan. Hallo dear. We kijken elkaar aan. Het is een offer, we weten het allebei, maar we zijn er klaar voor.

Rust. Kalmte. Het doet me denken aan – Machangulo. Ik heb er vrede mee, maar het was zo perfect geweest. Afrika, de meisjes, het strand… Ze dat meegeven, voor de rest van hun leven: de vrijheid, de schoonheid, de Portugese taal. En een goede belegging, vergeet dat niet. Alles klopte, rationeel en emotioneel.

Enfin, alles is erover gezegd. Afrika is eng en ver weg, ik snap het best. Liever een koning die skiet met andere royalty. Het is goed, ik berust. Ik zal de koning zijn die ze willen.

 

Ingestuurd voor een schrijfwedstrijd aan de vooravond van de kroning van Willem-Alexander in 2013. Opdracht was: Schrijf een monoloog-interieur van Willem-Alexander op de avond voordat hij gekroond wordt. 

A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence

COLUMN 

Vorige week zag ik A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence, van de Zweedse regisseur Roy Andersson. Ik hou van Zweedse films, althans van de films van Lukas Moodysson die ik zag: Fucking Åmål, Together en Lilya 4-ever, en van de films van de gebroeders Fares, en natuurlijk As it is in heaven. Met een Zweedse film zit je eigenlijk altijd goed. En deze had de Gouden Leeuw gewonnen op het filmfestival van Venetië en kreeg vijf sterren van Het Parool, de NRC en de Volkskrant. Meer dan Boyhood en Still Alice. Een must, zou je zeggen. Lees verder

Percepties van tijd

COLUMN

– Over dat boek van Elie Wiesel. Het is niet te bevatten. Dat het is gebeurd! Dat zoiets kan gebeuren!
– Dat het kon gebeuren. Nu kan dat niet meer. In elk geval niet in Europa.
– Het is gebeurd, dus het kan nog een keer gebeuren.
– Het is al lang geleden.
– Dat denk jij. Maar dat lijkt maar zo. Het is juist heel recent.

Lees verder

De Domo, de Domo, de Domo-vla

SKETCH

A:        Bloe bloe.
R:        Bli bli.
A:        Je had toch geoefend?
R:        Heb ik ook.
A:        Jij moet bla bla zeggen.
R:        Dat zei ik toch?
A:        Nee, jij zei bli bli.
R:        Ooooh.

Lees verder

Abonnementen en beltarieven – een analogie

COLUMN

Onder het motto: Prepaid heeft zijn voordelen.

In Nederland is bijna alles beter geregeld dan in Afrika. Op één ding na: mobiel telefoneren. Lees verder

Generatiekloof

COLUMN

– Zeg, ik moet je wat vertellen…
– Ja?
– Het is nogal een precair onderwerp…
– Wat dan? Zeg op.
– Jij bent toch ook boven de veertig he?
– Ja, 42.
– Ik ook. Dan kan ik het jou wel vertellen denk ik.
– Je maakt me wel nieuwsgierig hoor!
– Okee. Ik las laatst ergens, ik weet niet meer waar, dat er in Nederland vrijwel geen vrouw onder de veertig meer is met schaamhaar.
– Nee! Echt?
Lees verder

Over spijkerbroeken met/zonder stretch

COLUMN

Het is zover: mijn Laatste Acceptabele Spijkerbroek is onrepareerbaar gescheurd. Ik heb nog een tijd met een ontblote onderbil rondgelopen – in de jaren tachtig deden we dat ook, en ach wat maakt het uit dat ik inmiddels veertig ben – maar ondanks mijn ruimdenkende zelf moest ik op een gegeven moment toegeven dat het moment daar was: het kon niet meer. Lees verder

De ferry van Dar es Salaam

LONGREAD

Ik vind het opwindend als een landschap de overblijfselen toont van voorbije tijden. Een wal, een terp, een wiel in een dijk. Het zijn de bakens van mijn verbeelding: de nieuwe omgeving denk ik weg en de historische details denk ik erbij. In mijn woonplaats Dar es Salaam zijn veel bakens. Het verleden voelt dichtbij. Of liever gezegd: dit ís het verleden. De geschiedenis is nu; morgen is alles anders. Ik zuig dus alles in me op. Ik kijk om me heen alsof het de laatste keer is dat ik ze zie: de bomen, de koloniale huizen, de open stukken land langs Ocean Road, de vissers, de handkarren, de onverharde wegen, de overstekende kippen en de grazende koeien. En vooral de veerpont, die over de brede riviermonding naar de overkant vaart. Lees verder

© 2019 Anne Sanderling — Powered by WordPress

Theme by Anders NorenUp ↑