COLUMN

En nu George Michael. Ik was geen fan, maar toch vind ik het erg. En bevreemdend. Hij is er altijd geweest! En nu is hij er niet meer. En Leonard Cohen ook niet. En Shimon Peres niet. En Pieter Steinz niet. Ik vind het zo raar. Ze horen bij ons te zijn. Ze hebben ons begeleid in ons leven en nu zijn ze er niet meer. We moeten het alleen doen. Al die vertrouwde gezichten uit de twintigste eeuw zijn aan het wegvallen. Carrie Fisher! Peter van Straaten! Een afschuwelijke reeks die begon met David Bowie. Dat zijn stem nu voor altijd zwijgt, dat wij hem nooit meer live kunnen horen, dat dat voorbij is, dat dat voor altijd achter ons ligt, dat vind ik een eenzame gedachte.

En dit is nog maar het begin. Straks is er niemand meer die ons kan vertellen over flowerpower in de jaren zestig. Over de seksuele moraal in de jaren zeventig. Over de impact van Madonna, aids en Van Kooten en De Bie in de jaren tachtig. Straks zijn wij de enigen die zich nog kunnen herinneren dat mensen liftten, dat mensen elkaar vertrouwden, dat mensen touwtjes uit de brievenbus hadden hangen.

De 21ste eeuw kijkt ons bleek in het gezicht. Alle zekerheden vallen weg. De wereld staat op losse schroeven. Het kan alle kanten op, ook kanten die we ons niet kunnen voorstellen. We betreden onbekend terrein. We zijn alleen. Zo voelt het, de 21ste eeuw, nu Bowie, Prince en George Michael er niet meer zijn. Hu.

Handtekening George Michael.