anne sanderling

dichter | blogger

Category

taal & literatuur

Spelfout: bezits-s

INGEZONDEN BRIEF

Deze ingezonden brief aan Trouw zet ik op mijn blog omdat ik er geen enkele reactie op ontving. Overigens is het niet alleen Trouw. Dit weekend las ik in NRC: Ineke’s dochter. Zucht.

Aan de redactie van Trouw,

Al sinds het begin van mijn abonnement signaleer ik regelmatig een hardnekkige spelfout in Trouw. Nu deze fout zelfs de voorpagina heeft bereikt (‘Vijf redenen voor Rutte’s onstuitbare populariteit, 23/1/2021), klim ik in de pen.

Dit is de hoofdregel: bij eigennamen komt de bezits-s altijd aan de eigennaam vast, behalve na een s-klank, na een initiaal of in het geval van uitspraakverwarring:

  • Hoofdregel: Jans boek
  • Na een s-klank: Ans’ boek
  • Na een initiaal: A’s boek
  • Bij uitspraakverwarring: Anna’s boek
  • Zonder uitspraakverwarring: Annes boek

Wat is uitspraakverwarring? Uitspraakverwarring treedt op wanneer een lange klinker kort wordt doordat er een -s achter komt: *Carolas ministerie, *Hugos vaccinatiebeleid. Vandaar: Carola’s ministerie, Hugo’s vaccinatiebeleid. De uitspraakverwarring treedt op bij alle klinkers, behalve bij de -e. Je kunt Annes boek niet anders uitpreken dan Annes boek. Daarom blijft de hoofdregel gelden en wordt de -s direct aan het woord vast geschreven. Vandaar: Ruttes harde opstelling, De Jonges vaccinatiedebacle.

De schaal waarop dit fout gaat in Trouw is gigantisch. Als u in uw digitale krantengeheugen zoekt op e apostrof s (e’s), wordt het u droef te moede. Het helpt niet dat onze minister-president Rutte heet.

Nu ben ik zeer mild. In een wereld waarin olifanten worden afgeslacht om hun ivoor, waarin zeeën veranderen in plastic soep en waarin kinderen opgroeien zonder thuis, ga ik me niet ergeren aan een apostrof. Dat neemt niet weg dat Trouw niet bij de beste kranten van Nederland kan horen zolang de krant op deze schaal dit soort basisschoolfouten maakt.

Anne S.

ik mag mijn huis niet uit

GEDICHTJE VOOR KINDEREN

 

ik mag mijn huis niet uit
mijn wereld is heel klein
gelukkig heb ik een fijn hoofd
en kan ik reizen in mijn brein

ik dobber in een oceaan
rijd op ‘n kameel door de woestijn
vlieg met een vogel mee omhoog
tot ik in een wolk verdwijn

wanneer de school weer opengaat
ben ik ver weg geweest
de wereld is groter dan je denkt
als je fijne boeken leest

anne sanderling

 

LEERKRACHT?
Voel je vrij om dit gedichtje te gebruiken in de klas. Je kunt het afdrukken op posterformaat. De kinderen kunnen ook zelf een poster maken van hun eigen boek. Gebruik daarvoor de onderstaande sjabloon: een A4 met alleen het open boek.

Lees verder

Maarten Biesheuvel – mijn eerste lievelingsschrijver

In 1988 was ik zestien. Het was Boekenweek. Een zekere J.M.A. Biesheuvel had het Boekenweekgeschenk geschreven. In de Bijenkorf lagen zijn boeken hoog opgestapeld. Ze hadden mooie, egale omslagen in matte kleuren. Mijn oog viel op een donkerblauw boek met de titel Reis door mijn kamer. De titel sprak me aan. Ik hou van reizen. En ik hou van mijn kamer. Ik snap dat iemand over zijn kamer gaat schrijven. Dus pakte ik het boek op. Al na een paar pagina’s was ik verkocht. Ik had een lievelingsschrijver.

Lees verder

Over De Magische Mantels van Diana Wynne Jones

BELEZENIS

Dit wordt het verhaal van onze reis langs de rivier.

Zo begint het boek De magische mantels (bol.com) van Diana Wynne Jones. Als ik deze woorden herlees, voel ik dezelfde opwinding als toen ik ze voor het eerst las, in 1982 of 1983. Het verhaal. De reis. De rivier. Alleen al die drie woorden. Ze ademen avontuur, verontrusting en verlangen.

“Dit wordt het verhaal” – er gaat iets komen. Er begint iets. We gaan iets nieuws ontdekken, een land, een streek, een verhaal – onwillekeurig lees je het woord ‘ver’ in ‘verhaal’ en denk je aan uitgestrekte verten. En dan de details: niet mijn reis, nee, onze reis. En niet de rivier, nee, de Rivier, met een hoofdletter. Zwierig en eerbiedig uitgesproken, duidend op een heiligheid die voor mij als kind volkomen vanzelfsprekend was. Ik was dol op rivieren en op water in het algemeen: de zee, stroompjes, watervallen. Misschien is dat de reden dat De magische mantels een van mijn lievelingsboeken zou worden.

Lees verder

Voor inspirerend eindexamen Nederlands moet je naar het buitenland

OPINIE

Vorige maand was het weer zover: de eindexamens voor het vak Nederlands. Ongetwijfeld zullen docenten en leerlingen er ook dit jaar weer veel commentaar op hebben. Op de opiniepagina’s verschenen de afgelopen jaren bijdragen met titels als ‘Heb ik hiervoor zes jaar het vak Nederlands gevolgd?’ (Trouw, 2017) en ‘Waardeloos examen Nederlands’ (NRC, 2017). Docenten noemen het eindexamen Nederlands een “gedrocht” (Nationale Onderwijsgids, 2016) en “een saai trucje” (NRC, 2016).

Voor wie niet op de hoogte is: het centrale examen Nederlands bestaat uit teksten met vragen. Kritiekpunten betreffen onder andere de lengte van het examen, de eenzijdige focus op leesvaardigheid en het feit dat op sommige vragen meerdere antwoorden mogelijk zijn. Daarnaast pleiten neerlandici en docenten Nederlands voor meer aandacht voor schrijfvaardigheid en literatuur (‘Zo kan het examen Nederlands écht niet’, NRC, 2016).

Wat vrijwel niemand in Nederland weet, is dat ook het International Baccalaureate (IB) eindexamens Nederlands afneemt. Deze examens zijn veel inspirerender en uitdagender dan de Nederlandse eindexamens.

Lees verder

IJskoud, bloedheet en andere intensiveringen

LESIDEE

Sommige bijvoeglijke naamwoorden kun je versterken door er een woordje voor te zetten. Als het echt koud is, is het ijskoud. Als iets heel zoet is, is het mierzoet. En als je heel naakt bent, ben je spiernaakt. Ooit gaf ik les over het bijvoeglijk naamwoord. Dat je ze zo kort mogelijk schrijft, dat stofnamen eindigen op -en en dat bijvoeglijke naamwoorden geen -e krijgen als ze staan tussen het lidwoord ‘een’ en een het-woord (een mooi meisje). Als afsluiter bedacht ik een leuke opdracht met bijvoeglijke naamwoorden die tegelijk wat deed voor de woordenschat. Smul mee!

Lees verder

Een juweel van een spelfout in de NRC

COLUMN

In de NRC van dit weekend vond ik een juweel van een spelfout. Een foutieve samentrekking! Je ziet ze niet veel meer: ons taalgebruik en onze zinsbouw worden steeds eenvoudiger. Bovendien voelen de meeste schrijvers wel aan dat dit fout is. Als je er eentje ontdekt in het wild, is dat dus echt smullen. Dit is ‘m:

De muren stuukte ze zelf “expres een beetje rommelig” en werden rokerig geschilderd.

Een prachtexemplaar! Dit is geen tante betje, geen zeugma, geen anakoloet, geen apokoinou, maar een gewone foutieve samentrekking.

Wat is een samentrekking? Wanneer is een samentrekking fout? Waarom is deze samentrekking fout? Aan welke eis wordt niet voldaan? U heeft ongetwijfeld een scherpe geest en wil deze zaak vast tot op de bodem doorgronden. Daarom staat hieronder de allerduidelijkste uitleg in ons sterrenstelsel.

Lees verder

Lente – een gedicht

NATUURBELEVENIS

Mijn eerste lente was de lente van 2015. Twaalf jaar was ik in het buitenland geweest. Twaalf jaar lang had ik de Nederlandse lente gemist. Ik zag er extra naar uit omdat ik de hele winter van 2015 ziek, zwak en misselijk was geweest. En toen kwamen ze: de zon, de bloemen, de geluiden, de geuren, het zachte briesje, de zwaluwen die terugkeerden uit Afrika.

Zelf keerde ik ook terug. Ik was verrukt. Ik zocht een gedicht dat vatte hoe ik me voelde. Ik vond het niet.

Totdat ik laatst een letterkundig boek opensloeg uit de nalatenschap van mijn oma. Meteen waar ik het boek opensloeg – zoals zo vaak gebeurt – vond ik het lied ‘Maysche Morgenstond’, geschreven door Dirck Rafaelszoon Camphuysen (1586-1627). Zo begint het:

Alles wat ik zocht staat in het gedicht: de lucht, de zon, het briesje; het dauwtje in de koele nacht, het koetje dat graag klavers eet, en de hele natuur die lacht van dankbaarheid. En het einde is zo mooi, zo toepasselijk, zo van deze tijd. Lees het zelf.

Lees verder

Mijn lievelingswoorden

Misschien is het jullie opgevallen dat ik vaak het woord ‘misschien’ gebruik. Het is echt een van mijn lievelingswoorden, samen met ‘allemaal’. Ik moet me echt inhouden om niet te veel misschiens en allemaals te gebruiken.

Mijn voorliefde voor ‘misschien’ is terug te voeren op het verhaal The body van Stephen King. Het is een van de mooiste verhalen die King ooit heeft geschreven. “Misschien hoor, misschien,” zegt Chris Chambers in dat verhaal. Het effect van die twee woordjes is groot. Je realiseert je dat Chris oprecht is en anderen niet, alleen maar door dat woord ‘misschien’. ‘Misschien’ is heel suggestief en dat vind ik mooi.

‘Allemaal’ vind ik om een andere reden mooi. Het rammelt zo lekker, met al die a’s en die ellen en die drie lettergrepen, en toch klinkt het vloeiend. Wat betekenis betreft is het een veelomvattend woord dat eigenlijk niets zegt. Eigenlijk het tegenovergestelde van ‘misschien’: een nietszeggend woord dat alles zegt.

Spelfouten in de NRC

Soms word ik zo nijdig van de spelfouten in de NRC dat ik ze omcirkel. Samenstellingen die los worden geschreven, verkeerde samentrekkingen, ontbrekende interpunctie, ja zelfs fouten in werkwoordspelling ontdek ik soms in de NRC. Het schaamrood staat me soms plaatsvervangend op de kaken.

Het liefst zou ik zo’n krant met omcirkelde woorden bij de redactie in de brievenbus doen, maar zoals dat gaat: je leest verder en uiteindelijk belandt de krant bij het oud papier. En dan vergeet je het weer een week.

Tot twee weken geleden. Op de eerste bladzijden van het eerste katern dat ik opensloeg, stonden al drie spelfouten. Liggend in bad bedacht ik dat ik iets moet doen met mijn frustratie. En zo besloot ik om het eenmaal te turven. Om eenmalig de hele zaterdagkrant stelselmatig door te pluizen op spelfouten.

Eerst een antwoord op de vraag waarom ik mijn tijd in vredesnaam besteed aan het opsporen van spelfouten in teksten die nooit meer zullen worden aangepast. Dat heeft, hoe gek het ook klinkt, te maken met Trump. Lees verder

De nieuwe preutsheid – en hoe de literatuur en de CPNB kunnen helpen

OPINIE

In deze blogpost betoog ik dat de roman Ik ook van jou van Ronald Giphart een goede kandidaat is voor de volgende editie van Nederland Leest. Ik ook van jou biedt docenten een uitstekend handvat om het in de klas te hebben over stijl, stijlfiguren en literatuur. Daarnaast is Ik ook van jou een mooie aanleiding om te discussiëren over de nieuwe preutsheid. Ja, ook ik ga nog even wat roepen over korte rokjes en blote borsten.

Lees verder

Mijn leraar Nederlands

HERINNERING

In mijn boekenkast staan bij de Nederlandse literatuur twee schriften. Op het ene staat ‘Nederlands | 5α | Tot 1880’, op het andere ‘Nederlands | 6α | Vanaf 1880’. De schriften vallen bijna uit elkaar, maar de inhoud is nog intact.

Aan het begin van de vijfde klas maakte onze leraar Nederlands duidelijk dat hij literatuurgeschiedenis zou geven. Geen invuloefeningetjes, grammatica en spelling, maar literatuur met een grote L, beginnend in de tweede helft van de zestiende eeuw, met de Val van Antwerpen. De Middeleeuwen waren immers in de vierde klas al aan de orde gekomen – in mijn herinnering eindeloos klassikaal ridderromans lezen. In de vijfde zou het anders gaan: Kersten gaf college en je werd verwacht aantekeningen te maken. Lees verder

Een land zonder boeken

Als je nou één boek mag introduceren in een land zonder boeken, welk boek zou dat dan zijn? Lees verder

Eindelijk – de kinderen lezen

TIP

Alles had ik geprobeerd om onze kinderen aan het lezen te krijgen. Goede en interessante boeken in huis halen. Voorlezen. Zelf lezen, om het goede voorbeeld te geven. Elke dag verplicht een half uur lezen. Een euro voor elk gelezen boek. Een extra half uur iPad voor elk half uur lezen. En toen dat niet werkte: eerst een half uur lezen voordat ze op de iPad mochten. Niets werkte – mijn kinderen lazen met de grootst mogelijke tegenzin. Zodra het verplichte leeshalfuurtje achter de rug was, doken ze op de iPad. Bovendien las zoonlief uitsluitend boeken over voetbal.

De voordelen van lezen zijn bekend. Lezen vergroot de woordenschat, vergroot de empathische vermogens, vergroot de algemene ontwikkeling en vermindert stress. Ook blijkt uit onderzoek dat vaardige lezers makkelijker een baan vinden, een hoger salaris verdienen en betere uitzichten hebben op een succesvolle carrière. Het was duidelijk: ik moest een list verzinnen.

Een artikel in The Guardian bracht me op een idee. In plaats van de Sixteen Before You’re Sixteen Challenge verzon ik de Twaalf voor je twaalfde. En warempel, het werkte.

Lees verder

Hoe kan spellingonderwijs effectiever?

LONGREAD

Vol enthousiasme begon ik op een nieuwe school aan het nieuwe schooljaar. Ik zou leerlingen gaan inspireren met levensechte opdrachten, uitdagende projecten en vakoverstijgende thema’s. Ik zou ze besprenkelen met poëzie en literatuur, ik zou ze websites en tijdschriften laten maken, ik zou ze de schoolkrant laten volschrijven. Ik zou ze de straat op sturen om mensen te interviewen. Ik zou ze een TEDx laten organiseren.  Lees verder

Muziek, mijn brein, taal en het toeval

COLUMN

Misschien werkt mijn brein anders dan het uwe, maar het komt nogal eens voor dat ik onbewust een liedje fluit of neurie dat precies bij mijn stemming past. Op zich is dat niet opzienbarend: als je happy bent zing je Happy, als je zin hebt in koffie zing je Eééeen kopje koffie.

Maar het overkomt mij ook dat ik iets zing dat perfect aansluit bij mijn stemming terwijl ik mij niet van die stemming bewust ben. Met andere woorden: ik realiseer me pas hoe ik me voel als ik me realiseer welk liedje ik zing. Het liedje als wegwijzer naar de ziel. Lees verder

Haiku

COLUMN | GEDICHT

Zijn blote billen
Twee grote volle manen
Op schoon, wit linnen.

In januari stuurde ik twee haiku’s in voor een haikuwedstrijd. De ene haiku staat hierboven, de andere was een vrouwelijke variant. Welke denkt u dat geplaatst werd?

Lees verder

Taalverandering (2)

COLUMN

Uit de reacties op mijn vorige blogpost blijkt dat mijn aversie jegens ‘Dag’ toch bijval oogst. Het gaat om het woordje Dag als aanhef in e-mails.

Dag Anne,
De vergadering is morgen om 4 uur.

Dag als aanhef wordt ervaren als suf en oubollig, maar ook als afstandelijk, hiërarchisch, dreigend zelfs, volgens de reacties. Maar wat is het alternatief? Beste Anne? Te oubollig. Lieve Anne? Te zoetsappig. Lees verder

Taalverandering (1)

COLUMN

Ik bespeur een omslag in de aanhef van e-mails. Een aantal jaar geleden merkte ik vanuit het verre buitenland dat Hi in zwang kwam. Ik moest daaraan wennen. Maar net was ik gewend aan Hi, zitten we middenin een opzienbarende taalverandering: Hi wordt Dag. Lees verder

Rijen ijle populieren

COLUMN

Wat is het beroemdste gedicht van Nederland? Denkend aan Holland van Hendrik Marsman. In 2000 is het verkozen tot Gedicht van de Eeuw. Je kent het wel: het gedicht met die brede rivieren en die rijen ijle populieren:

Denkend aan Holland
zie ik breede rivieren
traag door oneindig
laagland gaan,
rijen ondenkbaar
ijle populieren
als hooge pluimen
aan den einder staan;

Hier zijn ze dan, zulke populieren. Ze markeren de entree van het dorpje Zuiderwoude in Noord-Holland. Het oudste dorp van Waterland, ouder dan Amsterdam. Als hoge pluimen staan ze daar aan de einder, zichtbaar vanuit Uitdam, Monnickendam, Broek in Waterland. En nu staan ze op het punt om gerooid te worden. Lees verder

Een vrouw op een rots

OP ZOEK NAAR EEN GEDICHT

In de zomer van 1999 las ik op de achterpagina van de NRC een gedicht. Het was een krachtig gedicht, vol vrijheid, levenslust en hervonden zelfbewustzijn. Je zou het gedicht het poëtische equivalent kunnen noemen van I will survive van Gloria Gaynor.

In het gedicht stond een vrouw op een rots. Het schuim van de zee spatte op tegen haar benen. In gedachten zag ik haar staan: de benen licht gespreid, de armen wijd, het hoofd licht achterover, scherp afgetekend tegen de blauwe lucht. Het beeld van een onafhankelijke vrouw. De jonge Sanderling was danig onder de indruk.

Lees verder

© 2022 anne sanderling — Powered by WordPress

Theme by Anders NorenUp ↑