OPINIE

Vorige maand was het weer zover: de eindexamens voor het vak Nederlands. Ongetwijfeld zullen docenten en leerlingen er ook dit jaar weer veel commentaar op hebben. Op de opiniepagina’s verschenen de afgelopen jaren bijdragen met titels als ‘Heb ik hiervoor zes jaar het vak Nederlands gevolgd?’ (Trouw, 2017) en ‘Waardeloos examen Nederlands’ (NRC, 2017). Docenten noemen het eindexamen Nederlands een “gedrocht” (Nationale Onderwijsgids, 2016) en “een saai trucje” (NRC, 2016).

Voor wie niet op de hoogte is: het centrale examen Nederlands bestaat uit saaie teksten met vragen. Kritiekpunten betreffen onder andere de lengte van het examen, de eenzijdige focus op leesvaardigheid en het feit dat op sommige vragen meerdere antwoorden mogelijk zijn. Daarnaast pleiten neerlandici en docenten Nederlands voor meer aandacht voor schrijfvaardigheid en literatuur (‘Zo kan het examen Nederlands écht niet’, NRC, 2016).

Wat vrijwel niemand in Nederland weet, is dat ook het International Baccalaureate (IB) eindexamens Nederlands afneemt. Deze examens zijn veel inspirerender en uitdagender dan de Nederlandse eindexamens.

Eindexamen Nederlands van het International Baccalaureate

Het International Baccalaureate (IB) is een gerenommeerd internationaal onderwijsprogramma dat veel wordt gebruikt op internationale scholen. Wat vrijwel niemand in Nederland weet, is dat veel IB-scholen ook Nederlands aanbieden, ook als eindexamenvak, en dat de IB-examens Nederlands een feest zijn om te maken. Het IB-examen Nederlands bestaat niet uit saaie leesteksten met vragen, maar laat leerlingen zelf aan het woord. Zij schrijven essays, geschreven reflecties en het allermooiste wat het IB-examen te bieden heeft: de comparative.

Voor de comparative, het vergelijkend commentaar, vergelijken eindexamenkandidaten twee thematisch verwante teksten die ze nooit eerder hebben gezien. Bijvoorbeeld een interview en een literair fragment, een krantenartikel en een verkooptekst, of een gedicht en een strook uit een strip. De twee teksten gaan over hetzelfde thema, bijvoorbeeld identiteit, maar ze belichten het thema vanuit een andere invalshoek. Zo zal een verkooptekst over elektrische auto’s heel andere kenmerken hebben dan een krantenartikel over elektrische auto’s, inherent aan de tekstsoort. En dat een gedicht over een kei er anders uitziet dan een wetenschappelijk stuk over een steen, begrijpt iedereen. Maar het is nog best een uitdaging om de verschillen onder woorden te brengen in een goedlopende, goed gestructureerde tekst.

Om de twee teksten te vergelijken, moeten IB-leerlingen de fragmenten eerst diepgaand analyseren. Vervolgens schrijven ze een vergelijkend essay waarin ze ingaan op de verschillen en overeenkomsten tussen de teksten. Bijvoorbeeld verschillen in toon, woordkeus, stijlmiddelen, beoogd publiek en intentie van de auteur. Bij de teksten over elektrische auto’s kunnen de kandidaten bijvoorbeeld het verschil belichten tussen objectief en subjectief en het verschil tussen informeren en overtuigen. Het eindproduct is een vergelijkend commentaar met een begin, een middenstuk en een eind.

In het vergelijkend commentaar komen alle hogere denkvaardigheden van Bloom aan bod. Het gaat om begrijpen, analyseren, evalueren en toepassen. Daarnaast laten de eindexamenkandidaten zien dat ze de conventies voor schriftelijk taalgebruik kunnen toepassen: structuur, samenhang, woordenschat, stilistiek, spelling enzovoort. Maar het grootste verschil met het Nederlandse eindexamen is dat het IB-examen zo inspirerend is dat je het liefst meteen zelf aan de slag wilt. Het is cognitief smullen van het hoogste niveau.

IB-examen Nederlands is cognitief smullen.

Autonomie verhoogt de motivatie

Een ander mooi aspect van het IB-examen is de flexibiliteit. IB-leerlingen kunnen bij elk vak standaard uit twee examenniveaus kiezen: standaardniveau of hoger niveau. In feite is dit het verschil tussen havo en vwo. Om te slagen voor het IB-examen, moeten leerlingen ten minste drie vakken afronden op het hogere niveau. Verder kunnen leerlingen bij de moderne talen kiezen uit twee richtingen: ‘taal en literatuur’ of ‘literatuur’. Opvallend daarbij is dat ‘literatuur’ een tikje hoger staat aangeschreven dan ‘taal en literatuur’.

Ten slotte hebben IB-leerlingen enige keuzevrijheid bij het centrale examen, net zoals wij dat vroeger hadden. Herinnert u zich uw eigen eindexamenopstel uit de jaren tachtig? Uit een lijst met tien stellingen mocht u één stelling kiezen om een opstel over te schrijven. Deze autonomie, hoe beperkt ook, verhoogde de motivatie. Ook IB-leerlingen hebben enige keuzevrijheid: voor hun vergelijkend commentaar kunnen zij kiezen uit twee sets van twee teksten, en voor hun overige essays uit acht onderwerpen. Dit in tegenstelling tot het huidige examen Nederlands in Nederland: dat is one size fits all.

Vergeleken met het IB-examen moderne talen is ons Nederlandse eindexamen dus weinig motiverend, tenenkrommend saai, cryptisch en eigenlijk ronduit armoedig. College voor Toetsen en Examens, vakcommissies van de CvTE en onderwijskundigen, kijk ook eens naar de examens van het gerenommeerde International Baccalaureate.

 

Lees ook mijn stuk Internationale scholen geven wel leuk Nederlands.