LESIDEE

Sommige bijvoeglijke naamwoorden kun je versterken door er een woordje voor te zetten. Als het echt koud is, is het ijskoud. Als iets heel zoet is, is het mierzoet. En als je heel naakt bent, ben je spiernaakt. Ooit gaf ik les over het bijvoeglijk naamwoord. Dat je ze zo kort mogelijk schrijft, dat stofnamen eindigen op -en en dat bijvoeglijke naamwoorden geen -e krijgen als ze staan tussen het lidwoord ‘een’ en een het-woord (een mooi meisje). Als afsluiter had ik een leuke opdracht met bijvoeglijke naamwoorden die tegelijk wat deed voor de woordenschat. Smul mee!

Opdracht 1:  Leerlingen vragen of ze zelf meer van dit soort woorden kunnen verzinnen. Bijvoorbeeld vijf teams onderling woorden laten verzinnen en dan kijken wie de meeste heeft gevonden. Alle woorden op het bord schrijven, alfabetisch op het tweede lid.

Opdracht 2:  Leerlingen een beetje helpen door ze woorden uit de tweede kolom te geven, en te vragen welk woord erbij hoort. “Wat ben je als je heel ziek bent?” “Doodziek!” “Als iets heel goedkoop is, dan is het?” “Spotgoedkoop!” Ook hierbij kun je de teams tegen elkaar laten strijden.

Opdracht 3:  Leerlingen elk een grappig stukje laten schrijven waarin ze minstens tien woorden van het bord moeten gebruiken. Stukjes laten voorlezen in de klas. Kan hilarisch zijn! Voorbeeld: “Zwaarverkouden en doodziek lag ik op bed. Het was bloedheet en mijn mond was kurkdroog. “Water”, smeekte ik. De bloedmooie verpleegster…” enzovoort.

Opdracht 4:  Leerlingen een woordwolk laten maken op de computer. Dit kan bijvoorbeeld met Wordle (werkt niet in alle browsers) of met Tagxedo. De woordwolken ophangen in de klas.

versterkend woord bijvoeglijk naamwoord betekenis
straat arm
doods bang
diep bedroefd = heel erg verdrietig
doods benauwd = heel erg bang
wereld beroemd
honds beroerd
straal bezopen = stomdronken
lelie blank van huid
doods bleek
lijk bleek
dol blijk
steke blind
haar breed
hemels breed
poepie bruin van zongebrande huid
honds brutaal
pot dicht
hoorn dol ook toegestaan: hoorndol
ik word er hoorndol van = ik word er gek van
zie voor de etymologie dit artikel in Trouw.
olie dom
mors dood
aarde donker
pik donker
stik donker
mors dood
stok doof
stom dronken
gort droog van humor
kurk droog
vlies dun van bewijs of argumentatie
peper duur
dood eenvoudig
dood eerlijk
goud eerlijk
ras echt
dood eng
haar fijn ‘ik zal je dit eens haarfijn uitleggen’
piek fijn ‘het ziet er piekfijn uit’
rag fijn
punt gaaf
knal geel
stront genoeg ‘ik heb er strontgenoeg van’
knetter gek
knots gek
stapel gek
dol gelukkig
ziels gelukkig
in gemeen
levens gevaarlijk
dood gewoon
kern gezond
spek glad
spiegel glad
bere goed
steen goed
spot goedkoop
dol graag
levens groot
bikkel hard van persoonlijkheid
kei hard van materiaal of van lachen
knal hard
knoert hard van muziek of van geluid
loei hard
snoei hard van snelheid en van muziek
spijker hard
staal hard
snik heet
kokend heet
bloed heet
kraak helder
huizen hoog
toren hoog
stik jaloers
piep jong
dood kalm
piep klein
razend knap = zeer intelligent
steen koud
ijs koud
boom lang van een mens: ‘een boomlange kerel’
ellen lang
kip lekker hoe je je voelt
foei lelijk
oer lelijk
spuug lelijk
spring levend
veder licht
poes lief = juist niet lief, maar net doen alsof
bloed link = heel gevaarlijk (van een situatie) of zo boos dat je bijna gaat slaan (van een mens)
aarts lui
graat mager
kots misselijk = heel erg misselijk zijn (letterlijk)
stront misselijk = ergens genoeg van hebben (overdrachtelijk)
dood moe
honds moe
bloed mooi
poedel naakt
spier naakt
drijf nat
kledder nat
klets nat
zeik nat
stik nerveus
fonkel nieuw
gloed nieuw
spiksplinter nieuw
brood nodig
hoog nodig van tijd
pis nijdig = heel erg boos
spin nijdig = heel erg boos
brood nuchter
dood ongelukkig
stok oud van een mens
oer oud van een ding
kaars recht van staan
regel recht van richting: ergens regelrecht naartoe gaan
diep religieus
schat rijk
steen rijk
stinkend rijk
kogel rond
vuur rood
oer saai
haar scherp van bochten
mes scherp
vlijm scherp
beeld schoon van een meisje – schoon in de betekenis van ‘mooi’
brand schoon
bloed serieus
bliksem snel
pijl snel
razend snel
bere sterk
oer sterk
ijzer sterk van een grap of mop
stok stijf van stilstaan
blad stil van een natuurlijke omgeving
dood stil
muis stil van een groep toehoorders
knetter stoned
stom toevallig
ape trots
bere trots
honds trouw
muur vast zowel letterlijk als overdrachtelijk: ‘het overleg zit muurvast’
stom verbaasd
snip verkouden
snot verkouden
zwaar verkouden
smoor verliefd
kakel vers van eieren
kers vers bijvoorbeeld van net afgestudeerden of van nieuwe initiatieven
oer vervelend
stom vervelend
stront vervelend
modder vet
bom vol van een ruimte met mensen
mud(je) vol van een ruimte met mensen
vliegens vlug
barstens vol
prop vol
stamp vol van een ruimte
wild vreemd van onbekende mensen
vogel vrij
klaar wakker
spier wit
boter zacht
fluweel zacht van stem
zijde zacht
ladder zat = stomdronken
spuug zat ik ben het zat = ik heb er genoeg van
dood ziek
mier zoet
lood zwaar
git zwart
pik zwart
raven zwart  van hoofdhaar

 

Ook leuk in het Afrikaans
In het Afrikaans ben je klipsteendom, is iets meerminglad en is het gitswartnagdonker. Zie voor meer voorbeelden de Afrikaanse Wikipedia.

Spelling
Alle intensiveringen schrijf je aan elkaar, met uitzondering van sommige woorden waarvan het eerste lid een onvoltooid deelwoord is. Officieel is het razendsnel, maar stinkend rijk. Het is kokendheet, maar tergend langzaam. Tja…

Oefeningen voor scholieren
Wil je graag iets doen in de les met deze intensiveringen? Iemand heeft mooie oefeningen gemaakt met deze lijst. Je vindt ze hier.