ZKV

Wilco was lang en mager. Hij had zwart haar en zij gelaat was van nature bleek en hoekig. Sommige huisgenoten noemden hem daarom achter zijn rug skelet. Officieel volgde Wilco een hbo-opleiding, maar in de praktijk besteedde hij zijn tijd grotendeels aan roken, blowen en computeren. Hij was de eerste in huis met een 486, een computer met een 486-processor. Op die computer componeerde hij housemuziek.

Wilco’s kamer had een eigen badkamertje, zoals niet ongebruikelijk in het studentenhuis. Vroeger was het een bordeel geweest en daarvoor een hotel. Wilco deed zijn afwas in zijn badkamer. De vaat stapelde zich op in zijn wasbak. Studenten die voor een kopje koffie kwamen, moesten het koffiereservoir bijvullen onder de douche, omdat het reservoir met geen mogelijkheid meer onder de kraan van de wasbak paste.

Toen de wasbak vol was, legde Wilco zijn afwas in zijn douchebak. Ook daar stapelde de vaat zich op. Eerst douchte hij alleen tussen een paar pannen. Maar het volume zwol aan – borden, kopjes, bestek – en reikte al snel tot zijn kuiten. Voor zijn voeten had Wilco twee uitsparingen opengehouden, als voetsporen in een veld schroot.

Wilco was bevriend met Michiel. Op een dag zat Michiel in de tram een meisje het hof te maken, zoals alleen hij dat kon. Charmant, gevat, lief – een ware gentleman, vermomd als vlinder. Van achter uit de tram hoorde Michiel zijn naam schallen. Een bekende stem. Michiel kromp ineen. Hij vermoedde dat een ontmoeting met het skelet zijn kansen bij het meisje zou doen kelderen, maar het was al te laat. Opgewekt kwam Wilco door het gangpad aangekletterd, een rammelende vuilniszak met zich meezeulend. In de vuilniszak bleek zijn vaat te zitten. Hij was op weg naar zijn moeder. Met het meisje is het nooit meer wat geworden.