“Climate change deniers like to claim that environmentalists want to return us to the Stone Age. The truth is, if we want to live within ecological limits, we would need to return to a lifestyle similar to the one we had in the 1970s, before consumption levels went crazy in the 1980s.”

Naomi Klein, This changes everything

COLUMN

Naomi Klein betoogt in This changes everything dat we de wereld alleen kunnen redden van catastrofale klimaatopwarming als we teruggaan naar het leven zoals in de jaren zeventig. Ik ben benieuwd hoe deze boodschap ontvangen wordt. Ik ben een product van de jaren zeventig en kan me die tijd nog wel herinneren. Een decennium gedrenkt in bruin en oranje. Veel haar. Veel snorren. Veel onsmakelijk korte sportbroekjes: van die glanzende, met een splitje opzij, en een biesje langs de zoom.

Maar ook een idealistisch decennium, met een wijd gedeelde hang naar het natuurlijke en het autarkische. Moestuinen, Wees wijs met de Waddenzee, je eigen aardappels lezen. Zelfgemaakte rozenbotteljam, zelfgemaakte kerstkaarten, zelfgemaakte schapenwollen wanten.

Maar dat bedoelt Naomi Klein niet. Ze bedoelt dit: onze moeders reden in een Renault 4 of in een Deux Chevaux. Op de kilometerteller stond als maximumsnelheid 120 of 130 kilometer per uur. In de praktijk betekende dit dat je niet harder reed dan negentig. Dat was okee. Daar was je tevreden mee. Je wist niet beter.

Ze bedoelt dat we in de jaren zeventig één keer per jaar op vakantie gingen. En dat we niet naar Thailand of New York gingen, maar naar Schiermonnikoog, Frankrijk of Zweden. Dat was okee. Vaak kampeerden we. Dat was ook okee. Op de camping kwamen we Duitsers tegen met een snor en zo’n glanzend kort broekje met een splitje aan de zijkant. Vrouwelijke Duitsers droegen vaalblauwe, vaalgroene en vaalgrijze T-shirts en birkenstocks onder behaarde kuiten. (Nederlandse kampeervrouwen hadden ook behaarde kuiten, maar droegen afgeknipte spijkerbroeken en sandalen.)

In de jaren zeventig was de wereld groter. Wat nu dichtbij is, was toen ver weg. Ik herinner me dat mijn moeder me een keer naar Den Haag reed, naar een tante. Den Haag was een dagtocht vanuit de Hoeksewaard. Ze was er nerveus over, mijn moeder. Van de weeromstuit kreeg ze een lekke band onderweg, op de secundaire weg langs de A13. En zo komt het dat ik levendige herinneringen heb aan de A13 in de jaren zeventig. De parallelweg was een rustiek weggetje met hoge bomen aan weerszijden. Rustiek! Langs de A13!

Je had drie televisiezenders: Nederland 1, 2 en 3. Dat was okee.

Er waren geen mobiele telefoons in de jaren zeventig. Je kon mensen alleen bereiken als ze thuis waren en de telefoon hoorden. Dit leidde tot veel briefjes – ‘Ik ben even bij die en die’ – en veel zoektochten. Dat was okee. Dat gaf sjeu aan het leven. Bij ons thuis noemden we die zoektochten ‘Tarzan spelen’ omdat in de originele Tarzanboeken iedereen elkaar altijd kwijt is. Vooral op Schiermonnikoog speelden wij veel Tarzan. Hee, wat doe jij in het dorp, jij was toch op de camping? Ik ben mama aan het zoeken want mama was niet bij de tent dus ik dacht misschien doet ze boodschappen. Jamaar papa is nu jou aan het zoeken. Laten we samen papa gaan zoeken. Enzovoort.

In de jaren zeventig waren groente en fruit niet voorgewassen, voorgesneden of voorverpakt. Aardappels zaten niet in een plastic zak, maar lagen in houten kratten. Dat was okee.

Er waren drie soorten vla: hopjes, vanille en chocola. Dat was okee. Dat was zelfs prima. Hopjes en vanille kon je zelf mengen tot dubbelvla. We hadden geen stroopwafelvla, geen stracciatellavla en geen vruchtenyoghurt en dat was echt helemaal okee. (We hadden trouwens wel vieze puddingtoetjes die je zelf kon maken uit een zakje poeder. De chocoladevariant en de mangovariant waren nog wel te eten, maar de aardbeipudding smaakte zoals hij eruitzag: kunstmatig.)

Er waren raketten en perenijsjes en cornetto’s, en ook een ijsje in een plastic hoorntje met een kauwgombal onderin. Dat assortiment was voldoende. Het was een traktatie om een ijsje te krijgen.

Er waren geen video’s en dvd’s, maar je kon 8 mm-filmpjes huren en die thuis afspelen op een projector. Zo zag ik de hoogtepunten van Disney, Laurel en Hardy en Harold Lloyd. Dat was okee.

Er was ook heel veel niet in de jaren zeventig. Knoflook en pesto en rucola en olijfolie. Dat kwam allemaal in de jaren tachtig. Contactlenzen, internet, pinnen, betalen via internet, de tekstverwerker, de printer, de scanner – hoe zouden we ooit nog zonder kunnen? Om het nog maar niet te hebben over de ontwikkelingen in de medische wetenschap sinds de jaren zeventig.

Je kunt de tijd niet terugdraaien, en dat is maar goed ook. Maar verder zie ik de charme van het decennium. Wat er toen ook gebeurde op het wereldtoneel, in Nederland was het fijn opgroeien. En als we terugmoeten naar dat decennium, dan doe ik mee. Langzamer rijden, minder vaak en ver rijden, minder op de computer, minder elektronica, eten uit eigen tuin. Maar zonder overdadige beharing, thank you very much, en zonder glimmende sportbroekjes met een splitje van opzij. Er zijn grenzen.

‘This changes everything’ is te koop bij Youbedo.com. Bij YouBeDo betaal je de normale verkoopprijs, maar 10% gaat naar een goed doel dat je zelf kunt kiezen.