COLUMN

James Hansen, de bekende Amerikaanse klimaatwetenschapper, is er niet gerust op. Volgens hem (wetenschappelijk artikel) kan de zeespiegel voor het einde van de 21ste eeuw met vijf meter stijgen, ook als de opwarming van de aarde beperkt blijft tot 2 graden. De Deltacommissie bereidt ons voor op een zeespiegelstijging van slechts 1.20 meter (bron: KNMI), dus met vijf meter zouden we in 2100 toch nog natte voeten krijgen.

De gemiddelde Nederlander zit er niet mee. De ramp van 1953 ligt gevoelsmatig in een ver verleden. Recente grote overstromingen zoals in Midden-Europa en Engeland bleven ons bespaard. Wateroverlast in Dordrecht, een overstroomde kade in Deventer, een kadebreuk bij Wilnis en de evacuatie van de Groningse dorpen Woltersum en Wittewierum, dat was het wel zo’n beetje. Natuurlijk herinneren we ons de overstromingen in Limburg in 1995 en de dreigende dijkdoorbraak bij Ochten, maar dat is al twintig jaar geleden. Sindsdien hebben we het Deltaplan Grote Rivieren, dus zo’n vaart zal het niet lopen, denken we.

Met de campagne Overstroom ik? proberen Rijkswaterstaat e.a. wat bewustwording te kweken. Veel mensen toetsten hun postcode in om te zien hoe hoog het water in geval van nood zou komen. Maar de campagne leidde niet tot het op grote schaal treffen van voorbereidingen tegen overstromingen. “Verdrinkingsdood laat bijna helft Noord-Hollanders koud”, kopte de RTVNH (Radio TV Noord-Holland) met veel gevoel voor overdrijving en dramatiek.

Ergens in mijn achterhoofd denk ik dat ik mijn huis op tijd zal kunnen verkopen.

Zelf heb ik net een huis gekocht in Waterland, anderhalve meter onder de zeespiegel. Ook ik maak me geen zorgen. Ik weet dat de zeespiegel stijgt, ik weet dat de zeespiegel nog duizenden jaren zal blijven stijgen (wetenschappelijk artikel (1) en (2) en toegankelijker artikel), en ik weet dat er dus een gerede kans bestaat dat we het op de lange termijn niet droog houden in West-Nederland. Nu komt daar de mogelijkheid bij dat ‘lange termijn’ wellicht betekent: over tachtig jaar. Of over vijftig jaar. Of over dertig jaar.

Ik ben geen klimaatscepticus. In Afrika heb ik van dichtbij gezien wat zelfs kleine overstromingen kunnen doen met een stad, met een samenleving, met een mens. Toch: geen zorgen. Ergens in mijn achterhoofd denk ik dat ik mijn huis op tijd zal kunnen verkopen. Zodra het zich aftekent dat we het niet droog gaan houden, zal ik mijn mooie nieuwe huis, dicht bij Amsterdam en dus aantrekkelijk gelegen, voor een goede prijs kunnen verkopen om mijn heil vervolgens op hoger grond te zoeken. Het gaat allemaal om de juiste timing. Alles komt goed, als ik maar op tijd ben: voordat de grote massa zich realiseert dat het fout gaat, en voordat de grote massa wegtrekt naar de Achterhoek.

Mensen wennen aan de nieuwe werkelijkheid

Dat is naïef. Allereerst omdat je pas achteraf met zekerheid kunt zeggen wat het goede moment was. Misschien is het goede moment wel nu, wie zal het zeggen. Maar vooral omdat mensen niet zo in elkaar zitten. Mensen zijn als de spreekwoordelijke kikkers in een pan met opwarmend water: ze wennen aan de nieuwe werkelijkheid en blijven tegen beter weten in. Denk aan de joden in de Tweede Wereldoorlog. Zeker, in de jaren voorafgaand aan de oorlog verlieten 35.000 Duitse joden huis en haard om naar het veilige Nederland te komen, maar daar tegenover staan honderdduizenden joden in landen buiten Duitsland die de tekenen aan de wand negeerden. Zo beschrijft Elie Wiesel in Nacht hoe Moshe, een oude joodse man, terugkeert naar zijn dorp in Hongarije na ontsnapt te zijn aan de nazi’s. Hij rent langs alle huizen in het dorp om de bewoners te waarschuwen. Hij vertelt wat hij gezien heeft: executies van joden in een bos, joodse baby’s die gebruikt worden als schietschijf. Dat gaat het voorstellingsvermogen van de dorpelingen te boven. Niemand neemt hem serieus. Uiteindelijk wordt het hele dorp afgevoerd en vermoord.

Eén overstroming is saamhorigheid, schouders eronder, elkaar helpen.

Waarschijnlijker is dus dat iedereen, inclusief ikzelf, in eerste instantie blijft zitten waar hij zit. Het begint immers met één enkele overstroming: een incident, een losstaande gebeurtenis. Eén overstroming is gedeelde smart, saamhorigheid, schouders eronder, elkaar helpen. Pas de tweede overstroming leidt tot twijfels, zorgen, morren, brieven schrijven en boze burgers bij inspraakavonden – vooral als de tweede snel volgt op de eerste, als de eerste niet goed was afgewikkeld of als uit de eerste overstroming geen lessen zijn getrokken. Toch zijn burgers bij de tweede overstroming nog wel te paaien met beloftes: iedereen wil geloven dat het goed komt, dat eraan gewerkt wordt, dat er een oplossing is. Uiteindelijk wil niemand graag zijn huis verlaten. Maar bij de derde overstroming beginnen mensen te vermoeden dat ze er alleen voor staan, dat ze van de kant van de overheid niets meer te verwachten hebben. Ze gaan plannen maken. Bij de derde overstroming zeggen mensen tegen elkaar: bij de volgende ben ik weg. En bij de vierde zijn ze weg. Bij de vierde krijg je massamigratie. “Vluchtelingenkampen in Nederland behoren dan schrikbarend genoeg tot de mogelijkheden,” schrijft Kennislink. En dan is de vraag: waar ga je heen? Allemaal naar de Veluwe, Twente, Limburg? Naar Frankrijk? Naar Noorwegen? Waar heb je de meeste kans om te overleven? Sommige mensen weten het al en nemen voorzorgsmaatregelen. Maar daarover later.

 

De foto laat de maximaal verwachte overstromingsdiepte na een dijkdoorbraak zien – bij het huidige zeespiegelniveau. 

Het artikel van James Hansen is ter publicatie aangeboden aan een wetenschappelijk tijdschrift, maar nog niet gepubliceerd, in afwachting van de peer review. 

Meer over de gevolgen voor Nederland van vijf meter zeespiegelstijging is te vinden in dit uitstekende artikel op de site van Kennislink: Vijf meter zeespiegelstijging. En dan?