COLUMN

In 2008 zagen Echtgenoot en ik An inconvenient truth. De eerste keer deed het ons niet zoveel. De zeespiegel kan zes meter stijgen als het landijs smelt? Sure. Maar de tweede keer dat we de film zagen, begon het te jeuken. Zes meter? Het zal toch niet? Moet je nagaan hoeveel oceaanoppervlakte we hebben op de wereld. Alleen al om dat één centimeter te laten stijgen, moet je een ongelooflijke hoeveelheid water toevoegen. Zou dat laagje ijs op Antarctica en Groenland dat voor elkaar kunnen krijgen? Dat kon niet waar zijn.

Echtgenoot besloot het na te rekenen. In de atlas vond hij de oppervlakten van de oceanen. Die telde hij bij elkaar op. Op Wikipedia vond hij de oppervlakten van Antarctica en Groenland. Die had hij nodig om het ijsvolume uit te rekenen. Ten slotte moest hij weten hoe dik de ijskappen zijn. Tegenwoordig staat dat klip-en-klaar op Wikipedia, maar destijds moesten we afdalen tot in de krochten van het internet om dat te achterhalen. En wat bleek: op Groenland is de ijskap tussen de twee en de drie kilometer dik, en op Antarctica tussen de drie en de vijf kilometer. Wo. Hier konden we ons iets bij voorstellen. Vijf kilometer dik: dat is hoger dan de Mont Blanc.

Gedachte-experiment. Denk aan een afstand van twee kilometer. Bijvoorbeeld de afstand tussen twee dorpen. Zet die afstand in gedachten recht overeind. Dit is de gemiddelde dikte van het landijs op Antarctica. En die dikte over een oppervlakte groter dan heel Noord-Amerika.

Toen we eenmaal het volume en het oppervlakte van de oceanen hadden, was het rekensommetje snel gemaakt. Al Gore had gelijk. Sterker nog, het smelten van al het landijs op Groenland zou leiden tot een mondiale zeespiegelstijging van 7,2 meter. Als de westelijke ijskap van Antarctica ook zou smelten, zou de zeespiegel met nog eens 4,8 meter stijgen. Samen dus een metertje of twaalf. In het onfortuinlijke geval dat de oostelijke ijskap van Antarctica ook in zee verdwijnt, komt er nog eens 53 meter bij. Hebben we het plotseling niet meer over zes, maar over meer dan zestig meter.

Natuurlijk gaat dat in ons leven niet gebeuren. Anderhalve meter erbij in 2100, dat is het maximum, volgens de meeste wetenschappers. Al Gore kreeg dan ook veel kritiek op zijn zes meter. Dat kon nog wel eeuwen duren! En het was niet uitgesloten dat de ijskap juist in omvang zou toenemen, bijvoorbeeld door toename van sneeuwval door het warmere klimaat. Bovendien deden zijn animaties het lijken alsof Nederland en Manhattan zomaar zouden kunnen overstromen. Onzin, want we hebben dijken. Zonder dijken zou de helft van Nederland nu al onder water staan. Met andere woorden: Al Gore was niet realistisch. Bangmakerij was het. Het zou allemaal zo’n vaart niet lopen.

Vandaag stond in The Guardian een artikel over een gletsjer op Groenland. Volgens wetenschappers is deze Zachariae Isstrom sinds 2012 versneld aan het afbrokkelen. ‘Afbrokkelen’ is een eufemisme voor de enorme ijsbergen die van de gletsjer afbreken. De verwachting is dat deze smeltende gletsjer over twintig tot dertig jaar een zeespiegelstijging van een halve meter voor zijn rekening zal hebben genomen. Alleen deze gletsjer. Een halve meter. Over twintig tot dertig jaar. Dat komt bovenop de 35 tot 85 centimeter die de zeespiegel sowieso al gaat stijgen door de uitzetting van het zeewater.

Wat betekent dat voor Nederland? Vrijwel niets. Met de huidige technieken kunnen wij een zeespiegelstijging aan van minstens één meter per eeuw. De Deltacommissie bereidt zich zelfs voor op een stijging van 1.20 meter in 2100. Bovendien heeft het smelten van Groenland paradoxaal genoeg een negatief effect op de zeespiegel in de Noordzee: door het gravitatie-effect zou de zeespiegel hier juist dalen.

Maar wat betekent een halve meter zeespiegelstijging voor de rest van de wereld? Heel veel. Ontzettend veel. Gruwelijk veel. Als je houdt van wadvogels en van mangrove en van getijdengebieden, als je houdt van koraal en van onbewoonde eilandjes in de Indische Oceaan, dan weet je dat er veel moois gaat verdwijnen.