COLUMN

Onlangs sprak ik een wiskundige die een nieuwe carrière overweegt. Hij is analytisch, accuraat en goed met computers. “Is ICT niet iets voor jou?” informeerde ik. “Ja,” erkende hij, “maar het is zo ongezond he?” Liever koos hij een beroep met minder zituren.

Meer dan vijf uur per dag zitten is funest, zo lezen we: “Zittend werken vergroot de kans op diabetes, depressies en kanker.” “Veel zitten is levensgevaarlijk.” “Veel zitten is dodelijk.” Zomaar drie citaten uit de media. Vooruitstrevende bedrijven experimenteren dan ook met sportprogramma’s, zitrichtlijnen en stabureaus. Maar op school verwachten we nog steeds van leerlingen dat ze het grootste deel van de dag zittend doorbrengen. Ze zitten letterlijk op school. Ze zitten bij Nederlands, Frans, Engels, wiskunde, geschiedenis, aardrijkskunde en tekenen. Ze zitten ook bij natuurkunde, scheikunde en biologie, behalve misschien tijdens practica. Alleen lichamelijke oefening en drama zijn geen zittende vakken.

Zitten is praktisch. Je kunt niet lesgeven aan een lokaal met dertig staande jongeren. Het is te vol, het is te onrustig, het past niet bij de activiteiten. Want wat doen kinderen hoofdzakelijk in de klas? Ze luisteren, ze lezen, ze schrijven, ze overleggen. Allemaal leeractiviteiten die hen helpen om de mensen te worden die wij, volwassenen, ouders, docenten, van hen willen maken. Want wat willen we? We willen dat onze kinderen probleemoplossend en creatief leren denken. We willen dat ze goed kunnen formuleren, dat ze kunnen rekenen, dat ze snappen hoe de wereld elementair in elkaar steekt. We willen dat ze op de hoogte zijn van de geschiedenis en dat ze een goed woordje over de grens spreken. De basisvaardigheden om het te redden in onze moderne samenleving. En ons onderwijs zit zo in elkaar dat je die basisvaardigheden zittend leert.

Minder zitten  op school?

Kan het anders? Hoe verminder je het aantal zituren van leerlingen? Is het voldoende dat leerlingen elk uur naar een ander lokaal lopen? Elke dag een uur lichamelijke oefening? Facultatief sporten in de pauzes? Een meanderende renbaan over het schoolterrein? Of ander meubilair, zodat leerlingen gedwongen worden om te staan in de klas, naar het voorbeeld van basisschool De Kleine Icarus in Gent (zie filmpje) en de Amerikaanse basisschool Vallecito Elementary in Californië (zie artikel)? In Amerika is alvast een stichting opgericht die alle schoolkinderen binnen tien jaar achter een stabureau wil hebben.

Maar deze oplossingen gaan voorbij aan de vraag waartoe we onze kinderen eigenlijk opleiden. Want in feite leidt het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs op tot een sedentair bestaan. Wetenschappers, managers en consultants brengen grote delen van hun dag zittend door. ICT’ers, architecten, economen, bedrijfskundigen, politici, bankiers: het zijn zittende beroepen. De uitzondering op de regel zijn chirurgen en tandartsen, maar die staan de halve dag op dezelfde plaats en dat is ook niet gezond – een hele dag staan blijkt toch nog ongezonder dan een hele dag zitten, zo las ik in de NRC.

Sport: verplichte rauwkost of verrukkelijk toetje?

Voor intelligente, cognitief-ingestelde jongeren is een universitaire opleiding altijd het hoogste goed geweest: een vanzelfsprekendheid voor zowel ouders als leerlingen. We willen dat onze kinderen gelukkig worden, maar wel graag gelukkig op kantoor. Dat zijn immers de banen met de hoogste status en de banen waarin je het meest kunt verdienen. Maar om gezond en in balans te blijven, dient een sedentaire werksituatie wel gecompenseerd te worden met sport en beweging in de vrije tijd. Dit impliceert dus dat je met een kantoorbaan minder vrije tijd hebt: je moet een deel van je vrije tijd immers besteden aan het compenseren van je sedentaire bestaan – een extra verplichting, tenzij je sport niet ziet als verplichte rauwkost, maar als verrukkelijk toetje.

Kan het anders? Als je niet van de sportschool houdt, als je na je kantoorbaan liever naar je kinderen wilt, of naar je boeken, of naar je muziekinstrument, of naar het café? Is het dan niet handiger om een baan buiten het kantoorgebeuren te zoeken? Om timmerman te worden of tomatenkweker of patissier of hovenier? Is dat niet veel gezonder, in aanmerking genomen dat een zittend beroep het risico op kanker verdubbelt, zoals het AD schreef? En zoja, wat betekent dat voor ons onderwijs?

Op school timmeren en tuinieren

Wellicht komt er het komende decennium een omslag. In een wereld waarin een universitaire opleiding niet meer automatisch leidt tot een goede baan, maar wel tot enorme schulden, zullen jongeren wellicht kiezen voor een opleiding die in elk geval leidt tot een gezond bestaan. En in het verlengde daarvan zullen ouders wellicht kiezen voor scholen waar leerlingen weliswaar cognitief worden uitgedaagd, maar waar zij ook een dagdeel bezig zijn met dingen doen, het liefst buiten. Een school met sportfaciliteiten, een moestuin, een klushuis. Een school met een keuken, een kippenren, een plantenkas. Of een school met een eigen restaurant. Het mooie is: dit soort scholen bestaat al. Het zijn onze vmbo’s.